X
< Toon menu

Dwarslaesie

Een dwarslaesie is een uitval van de kracht en soms ook van het gevoel van de benen (en soms ook van de armen) als gevolg van uitval van het ruggenmerg.

Bij kanker treedt een dwarslaesie vaak op als gevolg van uitzaaiingen naar de wervelkolom.


Klachten door een dwarslaesie

Patiënten met een dwarslaesie hebben vaak krachtverlies van de benen. Soms kunnen ze daardoor niet meer lopen. Ook kunnen hun benen gevoelloos zijn. Het komt ook voor dat zij  hun plas of poep niet meer kunnen ophouden. 


Wanneer snel uw arts waarschuwen

Voorafgaand aan een volledige dwarsleasie kunnen er al bepaalde klachten zijn. Als bij die klachten snel actie wordt ondernomen, is het soms mogelijk een volledige dwarslaesie te voorkomen.

De klachten zijn:

  • Minder kracht in de benen (en soms ook in de armen)
  • Problemen met de benen aansturen (en soms ook de armen)
  • Wankel lopen
  • Gevoelloosheid of tintelingen vanaf de borst, buik, liezen en/of benen naar beneden of rond de anus
  • Niet meer kunnen lopen en/of staan
  • Door de benen zakken

Heeft u plotseling 1 van bovenstaande klachten, dan moet u zo snel mogelijk uw behandelend arts waarschuwen. Hoe eerder uitzaaiingen in de wervelkolom worden behandeld, hoe kleiner de kans op een volledige dwarslaesie.
 

Oorzaken van een dwarslaesie

Dwarslaesies bij patiënten met kanker zijn meestal het gevolg van werveluitzaaiingen (wervelmetastasen). Werveluitzaaiingen zelf geven niet altijd klachten. Zijn er wel klachten, dan is dat meestal rug- of nekpijn.

Groeit een werveluitzaaiing in het wervelkanaal, dan kan dat druk geven op het zenuwweefsel. Hierdoor kan een verlamming en/of gevoelloosheid ontstaan. Dit heet ook wel neurologische uitval of zenuwuitval.

Pijnlijke werveluitzaaiingen geven bij 3% van de patiënten een verlamming aan de benen.

De rug- of nekpijn bij werveluitzaaiingen ontstaat gemiddeld 7 weken voor een mogelijke zenuwuitval. Het is daarom belangrijk om nieuwe of toenemende pijn met uw arts te bespreken.

De meest voorkomende kankersoorten waarbij werveluitzaaiingen voorkomen zijn:

  • prostaatkanker
  • longkanker
  • borstkanker
  • kanker van het beenmerg (ziekte van Kahler of multipel myeloom)

De plaats van de werveluitzaaiing bepaalt vanaf waar een patiënt verlamd raakt. Door een werveluitzaaiing hoog in de nek kan het gevoel en de kracht in armen en benen wegvallen. Een uitzaaiing ter hoogte van de borstwervels geeft alleen uitval in de benen.

Uitval van het ruggenmerg treedt niet alleen op door de druk van de tumor op het ruggenmerg, maar ook omdat er ter plaatse een ontsteking optreedt met vochtophoping (oedeem).

Heel soms ontstaat een dwarslaesie doordat een tumor van buitenaf in het wervelkanaal groeit. Of door een uitzaaiing in het ruggenmerg.
 

Onderzoek en diagnostiek

Onderzoek naar werveluitzaaiingen bij kanker gebeurt met:

  • MRI-scan
  • CT-scan
  • Botscan of PET-scan

Is er sprake van een (dreigende) dwarslaesie, dan wordt er bijna altijd met spoed een MRI-scan gemaakt.

Het kan ook zijn dat bij u nog geen kanker is geconstateerd, maar dat de artsen naar aanleiding van rugklachten werveluitzaaiingen ontdekken. Verder onderzoek is dan nodig om te bepalen wat voor soort kanker u heeft. Dat kan meestal alleen door weefsel afkomstig van de uitzaaiingen onder de microscoop te onderzoeken. Het weefsel is te verkrijgen door:

  • een punctie: met een naald wordt een stukje weefsel weggehaald
  • een operatie
     
Behandeling van een dwarslaesie

Is er sprake van een dwarslaesie, dan start de arts direct met dexamethason. Dit middel remt de ontsteking en vermindert vochtophoping. 

De uitzaaiing in de wervel wordt meestal behandeld met bestraling of operatie. Soms kiest de arts voor chemotherapie (vooral bij de ziekte van Kahler) of antihormonale therapie (bij prostaat- of borstkanker).

Welke behandeling de voorkeur heeft, hangt onder andere af van:

  • de toestand van de patiënt
  • de mate van aantasting van de wervelkolom
  • de kankersoort
  • de levensverwachting
  • of de zenuwuitval tijdens of na een eerdere behandeling is teruggekomen

Naast 1 van bovengenoemde behandelingen kan de arts ook pijnstillers voorschrijven.
 

Controle/ revalidatie

Als er sprake is van blijvende neurologische uitval zult u een revalidatietraject ingaan. Hierin wordt u begeleid. Dat kan zijn vanuit het ziekenhuis door bijvoorbeeld de revalidatiearts of in een speciaal revalidatiecentrum.